Verblijf en hygiëne voor knaagdieren
Huisvesting verschilt sterk per knaagdiersoort. Een gerbil wil diep kunnen graven, een muis benut hoogte en klimmogelijkheden en een cavia heeft vooral veel vloeroppervlak nodig. Eén standaardkooi is daarom geen logisch uitgangspunt.
Bodembedekking
Kies stofarm materiaal dat past bij de soort en voldoende absorbeert. Graafsoorten hebben een diepe, stabiele laag nodig waarin gangen kunnen blijven staan.
Schoonmaken zonder alle geur weg te nemen
Verwijder natte en vieze plekken regelmatig. Bij sommige territoriale soorten kan een volledig geurloos verblijf extra stress geven; laat daarom bij een grondige schoonmaak indien veilig een kleine hoeveelheid schoon oud nestmateriaal terug.
Ventilatie
Een verblijf moet goed ventileren zonder tocht. Sterk afgesloten kunststof bakken zonder voldoende luchtuitwisseling kunnen vocht en ammoniak ophopen.
Inrichting
Bied meerdere schuilplaatsen, knaagmateriaal en soortspecifieke verrijking. Controleer loopwielen op passend formaat en gesloten loopvlak.
Wanneer naar de dierenarts?
Laat ademhalingsproblemen, ooguitvloeiing, huidwonden, ernstige vechtwonden of plotselinge lusteloosheid beoordelen.
Bronnen
- LICG: Inrichting van knaagdierverblijven
- LICG: Cavia
- LICG: Mongoolse gerbil
- LICG: Muis
Hoe vaak volledig verschonen?
Dat hangt af van soort, groepsgrootte, verblijf en bodembedekking. Dagelijks spotcleanen voorkomt dat je onnodig vaak alles hoeft te vervangen.
Is een traliekooi altijd goed?
Niet per se. Let op pootveiligheid, graafdiepte, ventilatie en ontsnappingsrisico per soort.